|
Vlaardingen, 24-03-2005
Hallo Allemaal,
Van de week was het weer zo ver. Ik reed weer, nu voor mijn driemaandelijkse medische controle, naar het Erasmus M.C. in Rotterdam. Ik voelde me de laatste tijd goed en was daardoor ook de hele week heerlijk rustig en ontspannen. Even dacht ik dat het gevecht in mijn hoofd, tegen het idee dat die ziekte nog ergens in mijn lichaam zit, gewonnen had. Maar nee hoor. Op de dag van de controle was ik weer net ze gespannen, onzeker en zenuwachtig als alle andere keren, maar gelukkig maakte ik me zorgen om niets. Na een grondig onderzoek was de dokter zeer tevreden over het genezingsproces in mijn mond. Alles was goed en ik moet pas over drie maanden terugkomen.
Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat die rot ziekte er nog is en daar ben ik natuurlijk heel blij om. Maar de gevolgen van de operatie en dertig bestralingen voel ik nog steeds. De dokter vertelde me dat het nog wel een jaar of twee kan duren voor mijn mond daar helemaal van hersteld is. Dat betekent dus dat ik nog een tijd heel voorzichtig moet zijn met eten. Mijn mond is door de gevolgen van die bestralingen zo zacht, kwetsbaar en gevoelig dat een hard korstje brood al sneeën en kloven in mijn tong en mond veroorzaakt. Ook komen er regelmatig weer zenuwen in mijn tong tot leven. Dat is aan de ene kant heel prettig, want het uiteinde van m`n tong was sinds de operatie gevoelloos, maar als die zenuwen tot leven komen veroorzaken ze enorme krampen in mijn tong. Die zijn soms zo heftig dat mijn tong verstijft, donkerpaars wordt en ik een kwartier niet kan praten.
Maar als ik daarna weer kan praten, hoor je me toch niet klagen. De reden? Anderhalf jaar geleden werd me verteld dat de ziekte er nog was en dat ik bestraald moest worden. De kans was dan groot dat daardoor mijn smaak voorgoed zou verdwijnen en mijn speekselklieren in mijn tong niet meer zouden functioneren. Ik zou daardoor dus altijd een droge mond houden. Ook was de kans dat het verlamde gedeelte in mijn tong weer tot leven zou komen nihil. Maar al die problemen, pijnen en gebreken vond ik toen helemaal niet erg. Ik wilde toen maar één ding. Dat de ziekte weg ging en ik zou blijven leven.
We zijn nu anderhalf jaar na mijn operatie en bestralingen. Mijn speekselklieren zijn weer gaan werken, ik heb mijn smaak weer bijna helemaal terug en het verlamde gedeelte in mijn tong is weer bijna helemaal tot leven gekomen. En het allerbelangrijkste, ik leef nog. En ik leef niet alleen, ik heb plezier in dat leven en weet het leven nu meer te waarderen dan ik ooit heb gedaan. Ik werk nu niet meer, maar toch kom ik elke dag tijd te kort om alle dingen te doen die ik fijn en leuk vind. Elke dag is voor mij nu een feestdag geworden en ik geniet daar elke seconde van de dag van.
Ik ben gelukkig niet de enige die na behandeling van die ziekte zo kan spreken. Ik was van de week bij de première van Circus Renz en realiseerde me daar pas hoeveel mensen ook die ziekte hebben gehad. Ik zag meer dan tien vrienden, kennissen en collega´s zitten waarvan ik zeker wist dat ze ook die ziekte hebben gehad. Ik weet zeker dat er ook nog tientallen genezen kankerpatiënten in het publiek zaten, want gelukkig worden er steeds betere methodes en nieuwe medicijnen uitgevonden om die ziekte te bestrijden. Hopenlijk zet die positieve ontwikkeling in het bestrijden van die ziekte door en komt er door al die nieuwe uitvindingen en medicijnen een tijd dat je op de vraag: “Wat had je voor ziekte?” kunt antwoorden: “O, niets ernstigs. Het was alleen maar kanker.”
Vriendelijke groeten,
Aad van Toor
|
|