|
Kom jij eens bij me zitten.
Ik voel me zo alleen.
Een ieder is verdwenen,ik heb nou niemand om me heen.
Hoe zal ik jou eens noemen.
Ik weet het, jij heet Fik.
En die zielepoot die voor je zit,
is Bassie, dat ben ik.
Een ieder is verdwenen,
ook Adriaan is weg.
Ik had wel honderd baantjes,
en honderd-één keer pech.
Een clown maakt altijd grappen,
iedereen lacht zich de hik.
Maar wie er niks te lachen heeft,
is Bassie, dat ben ik.
Hier zit ik in mijn eentje.
Zo doelloos op de trap.
Een clowntje zonder circus,
een clowntje zonder grap.
Ik voel de tranen komen.
Daar komt de eerste snik.
Een clowntje die gaat huilen,
't is Bassie, dat ben ik.
|
|
|