In 1967 kregen we ons eerste contract voor Spanje. Drie maanden in de nachtclub/variététheater sala de siësta „Jartans Club‰ in Palma de Mallorca. In die tijd leek Spanje voor ons het andere eind van de wereld en met een oude Chevrolet, met een grote caravan erachter, voelde die reis ook zo aan. Na vele dagen rijden over tweebaanswegen, kruipen over steile bergweggetjes en diverse lekke banden bereikten we, tijdens een hittegolf, de havenstad Barcelona. Vandaar een woelige oversteek met een kleine veerboot op hoge golven naar Mallorca. Die zware reis bleek niet voor niets te zijn geweest. De "Jartans Club" was een leuk theater met 500 zitplaatsen. Daar werkte de top van de variétéwereld en de allerbeste Spaanse balletten. We voelden ons direct thuis in 'het verre land' en we namen ook snel de Spaanse leefgewoonten over. We stonden 's morgens vroeg op, trainen, zwemmen, weer trainen, eten en hielden dan van twee tot vijf uur siësta. 's Avonds aten en dronken we een klein beetje, een handstand met een volle maag was geen pretje, en gingen om 9 uur naar de "Jartans Club". Daar begonnen we met opwarmen en voorbereiden voor het eerste optreden om 11 uur. Dat nummer duurde een kwartier en daarna hadden we een uur nodig om uit te blazen en af te koelen. De temperatuur in het altijd volle theater liep soms op tot veertig graden. De kleedkamers waren aan de bovenkant, een halve meter van het plafond, open om voor de nodig ventilatie te zorgen. Dat had ook het gevolg dat je alles kon horen uit de andere kleedkamers. Links van onze kleedkamer zaten de Spaanse danseressen en rechts de dansers en Spaanse gitaristen. Die gitaristen waren volgens mij verliefd op hun gitaren. Zij zaten altijd met hun instrument op schoot en koesterden die als een mooie vrouw. Dat zou volgens enkele Spanjaarden komen omdat de klankkast van de Spaanse gitaar de perfecte vrouwelijke vormen heeft. Ze poetsten urenlang hun gitaar, wat soms op strelen leek en als die glom als een Spaanse schone, ingesmeerd met zonneolie, konden ze zich niet meer bedwingen en gleden hun vingers naar de snaren. Na de eerste gitaarklanken, klonk dan heel snel de stem van de flamencozanger en dat riep weer op tot het ritmische geluid van de castagnetten van de danseressen, handgeklap en het 'gerakketak' van de hakken van de Spaanse dansers. Hoewel ik zelf helemaal niet van dansen hou, raakte ik snel in de ban van de flamencomuziek en de temperamentvolle Spaanse zang en dans. Ik vond het opzwepende ritme en het 'gerakketak' van hakken fantastisch. Om 1 uur 's nachts werkten we met ons stoelennummer en dan begon voor ons het echte Spaanse leven. We gingen na de show met alle medewerkers naar "El Pototeo", een klein restaurantje tegenover "Jartans Club" en deden ons daar te goed aan de Spaanse lekkernijen en grote glazen, heerlijk, helder 'San Miguel'. Elke avond werd het daar gezellig. Zo gezellig dat de Spaanse gitaristen zich niet konden bedwingen en hun geliefde uit de koffer haalden. Na de eerste gitaarklanken klonk direct het ritmische handgeklap en het 'gerakketak' van hakken door de verlaten straten. Het werd regelmatig vijf of zes uur in de ochtend en sommige buren begonnen te klagen. We zouden teveel lawaai maken. Lawaai? Dat was geen lawaai. Dat was Spaans flamenco in de zuiverste vorm.
Na Mallorca gingen we naar sala de fiësta "El Madregal". Een mooie grote zaak in Benalmadena Costa. We werkten daar met de beste Spaanse dansers van die tijd. Het ballet van Antonio de Castillo. We werkten niet alleen met ze, we woonden ook naast elkaar in de appartementen vlak bij de zaak. Al heel snel kwamen we er achter dat Antonio de Castillo niet alleen een briljant danser was, maar ook een geweldige gastronoom. Elke nacht na de show zaten we met het hele Spaanse ballet op de terrassen voor onze appartementen en daar maakte Antonio de lekkerste Paella's, bakte de smakelijkste vissen en toverde de verrukkelijkste Spaanse specialiteiten op tafel. Natuurlijk werd er ook een wijntje gedronken en na een paar tinto's, werden de Spaanse gitaren te voorschijn gehaald. In een paar minuten waren onze terrassen omgetoverd in een 'Tableau de Flamenco'. Zo werd het daar voor ons elke dag een 'dia de fiësta' en vele nachten eindigden pas als de zon al vrij hoog stond. Maar als het leuk is, zijn er altijd mensen die de pret willen bederven. Ook toen. Een paar buren begon te klagen over geluidsoverlast. Dat was geen geluidsoverlast, dit was spontaan ontstane pure flamenco.
Daarna volgde Madrid. We werkten daar in een grote club met de beroemde Zuid Amerikaanse zanger Pedro Vargas. Dat was een man van over de zestig en hij was tientallen jaren eerder beroemd geworden met het lied 'Solamente una vez'. Hij was nog steeds een beroemdheid en zijn trouwe fans, vrouwen in zijn leeftijd, zorgden elke avond voor overvolle zalen. Door de hoge leeftijd van het publiek begonnen de shows vroeger, met gevolg dat wij vroeg klaar waren. Na de feestmaanden in Mallorca en Benalmadena kwam dat goed uit. We konden een beetje extra nachtrust goed gebruiken. Maar helaas. Het appartement boven ons hadden ze verhuurd aan een Spaans ballet. En wat dacht je? Elke nacht na de show ging dat ballet nog eten klaar maken. En dat niet alleen. Ze dronken ook nog wat en dat had weer als gevolg dat ze ook nog gingen dansen. Tot 's morgens vijf of zes uur klonk het 'gerakketak' op de marmeren vloer boven ons. We deden geen oog dicht. Het was vreselijk. Natuurlijk had ik kunnen klagen maar uit ervaring wist ik, dat zou toch niet helpen.

|
|