Als je op de TV komt, is de kans groot dat mensen op straat je herkennen. Als je 27 jaar op TV bent is de kans klein dat je niet herkend wordt en dat ervaar ik dan ook dagelijks. In Spanje, waar ik nu negen maanden per jaar ben hoor ik, vooral in de Nederlandse vakantiemaanden juli en augustus, regelmatig: "Hé Adriaan, wat doe jij hier?" Mijn vaste antwoord is dan: "Hetzelfde als jullie. Genieten van Spanje." Daarna stellen ze steevast de vraag: "Is het niet vervelend steeds herkend te worden?" Mijn antwoord is dan nee, want het hoort bij mijn vak. Als artiest doe je alle mogelijke moeite om bekend te worden en als je dat dan bent geworden moet hij niet klagen dat je steeds herkent wordt en geen privé leven meer hebt. En dan komt daar nog bij dat de mensen die mij herkennen altijd leuk, aardig en complimenteus zijn. Dus wat is het probleem?
Maar ik ben vroeger wel eens herkend, toen ik nog onbekend was en ik vond dat toen niet leuk. Of beter gezegd, het herkend worden was niet erg, maar het moment en de plaats. Dat was in de jaren '70 toen we met ons acrobatennummer in de "Granada" werkten. Dat was de naam een grote nightclub in Benidorm. Elke avond zat er zo'n duizend man publiek in de 'Granda' waaronder veel Nederlanders. Maar omdat we onbekende acrobaten waren konden wij toch ongestoord en geconcentreerd ons werk doen. Dat was maar goed ook want we maakten een gevaarlijk acrobatennummer. We balanceerden op vijf meter hoogte op flessen, tafels en stoelen en op dat gammele bouwwerk maakten wij dan beide ook nog eens een handstand. Het publiek zag dat ons werk gevaarlijk was en zat elke voorstelling met ingehouden adem naar het ons te kijken, ook op die bewuste avond. Op het meest kritische moment, toen ik mijn handstand uitdrukte, gilde er een vrouw door de zaal: "Hup Bas, hup Aad, hup Vlaardingers." Het bleek de vrouw van onze Nederlandse melkboer te zijn. Ze zat in de zaal en wilde dat duidelijk laten merken. Het publiek schaterde van de lach, wij niet. We stonden op een gammel stellage op vijf meter hoogte maar hadden ons het liefst verscholen in een vijf meter diepe put.
Jaren later gebeurde er nog zoiets. Na een paar TV uitzendingen waren Bassie en Adriaan opeens bekende Nederlanders geworden. Dat succes kwam eigenlijk veel te snel. We waren nog acrobaten en ik genoot nog dagelijks van mijn werk met "The Crocksons". Bassie en Adriaan spelen was leuk, maar ons acrobatennummer kwam toch op de eerste plaats. Maar het publiek dacht daar anders over. Dat merkte ik tijdens een optreden in de grote zaal van het congresgebouw in Den Haag. Dat was ons lievelingstheater. Een groot toneel, perfecte belichting en de zaal was altijd gevuld met fijn publiek. Ook die bewust avond hadden we weer fijn publiek. Na elke handstand of salto klonk er een warm applaus en het zag er naar uit dat we die avond weer een 'breker' zouden gaan maken. Maar op het moment dat ik op ons gammele bouwwerk van tafel, flessen en stoelen de handstand wilde maken, werd ik door een vrouw in het publiek herkend. Ze riep opgewonden; "Dat is Adriaan van TV!" De rest van het publiek herkende mij toen ook en begrepen snel dat die andere acrobaat dan Bassie moest zijn. Spontaan begon de hele zaal te zingen: "Bassie en Adriaan, dat zijn de beste vrienden." Bassie en Adriaan de beste vrienden? Helemaal niet. Ik had die avond een hekel aan die twee.
Als mensen je niet kennen of herkennen, krijg je ook rare situaties. In 1968 werkten we in Palma de Mallorca. We reden daar dagelijks op een oude scooter naar ons theater. Toen we op een avond voor een rood verkeerslicht stonden te wachten, stopte er een taxi naast ons en daarin zaten twee Nederlandse vrouwen. De dames waren tegen de zestig en hadden zichtbaar teveel make-up en drank op. Omdat onze scooter een Spaans kenteken had, dachten ze waarschijnlijk dat we Spanjaarden waren. Giechelend wezen ze naar onze scooter en riepen lallend: "Hoe oud is die roestbak waar jullie op rijden?" Bas zei gevat en toch netjes: "Tien jaar jonger dan jullie zijn". Het stoplicht sprong op groen, maar de gezichten van de dames werden schaamrood toen ze door hadden dat wij Nederlanders waren.
Er zijn mensen die het niet leuk vinden om herkent te worden en als je hoort waarom, begrijp je dat ook. Bijvoorbeeld die man maandenlang rustig en ongestoord aan de Costa woonde. Hij had het daar prima naar zijn zin, maar toen hij herkend werd, was het uit met de pret. Hij werd namelijk gezocht door de Nederlandse justitie. Toen hij herkent werd, moest hij zijn 'vakantie' in Spanje afbreken en voortzetten in Scheveningen. Daar zit hij nu in een 'hotel' dat ze daar speciaal voor die gasten gebouwd hebben.
Afgelopen zomer werd ik herkend toen ik met mijn vrouw in de haven van Porto Banus wandelden. Twee Nederlandse jongens van een jaar of acht kwamen naar me toe en vroegen om een handtekening. Mijn vrouw heeft voor die gelegenheden altijd foto's in haar tas en ik zette daar mijn krabbel op. Terwijl ik dat deed, keek één van die jongens om zich heen en fluisterde naar zijn vriendje: "Die Spanjaarden herkennen Adriaan niet en zij weten dus niet wie hij is. Maar wij hebben hem wel herkend hè?" Trots liepen ze weg met de gesigneerde foto, nagekeken door een trotse ouwe acrobaat.
|
|