Side nav buttonsLezenKleurenContactDVDAlle liedjesAchtergrondmuziekVragenNieuwtjesHome

Vorige week was ik in het pittoreske Spaanse dorp Mijas. Dat is een oud plaatsje met witte huisjes in het zuiden van Spanje. Het viel me op dat de tijd daar de laatste jaren bijna stil was blijven staan. Ik bezocht het dorpje al in 1968, toen wij als acrobaten in “Sala de Fiesta El Madregal werkten, en sindsdien is er niet veel veranderd. Je kunt er nog steeds op de rug van een ezel een sightseeing maken en die ezeltaxi is nog steeds populair bij de toeristen. Ezels vind ik hele leuke dieren en toen ik in Mijas die ezels zag lopen kwam ik er achter dat ik in mijn leven veel leuke dingen met die dieren heb beleefd.

Dat begon toen ik 12 jaar was en bij mijn broer Bas ging logeren. Die werkte toen bij circus Boltini en daar hadden ze de ezel Abe. De eerste ontmoeting met hem was niet zo prettig. Na de voorstelling moesten de paarden en Abe naar een weiland worden gebracht. De circusmensen waren ervaren ruiters en sprongen lenig op de ongezadelde paardenruggen. Ik had nog nooit op zo’n edel dier gezeten, maar dat vond Bas geen bezwaar. Voor ik het in de gaten had zat ik op de rug van Abe. Die ezel had, net als de paarden, geen zadel of stijgbeugels. Hij had alleen een hoofdstel met daaraan een touwtje die dienst deed als leidsel. Bas was al een ervaren ruiter en zat op het ongezadelde paard met hetzelfde gemak als een opa in zijn schommelstoel. Bij mij was dat heel anders. Ik gleed steeds heen en weer en kon met heel veel moeite op de ezelrug blijven zitten. Aan de rand van de stad gingen de paarden sneller lopen en mijn ezel nam direct hun tempo aan. Daardoor werd ik op en neer geschud als een bal onder de handen van een dribbelende basketbalspeler. Maar op het weiland werd het nog erger. Daar gingen de paarden in volle galop en mijn ezel dribbelde er, zo snel hij kon, achteraan. Daardoor stuiterde ik op de ezelrug als een bal in een op hol geslagen flipperkast. Bang dat ik zou vallen, boog ik voorover en sloeg panisch mijn armen om de ezelnek. Even later dook er voor ons een brede, vieze, stinkende moddersloot op. De circuspaarden sprongen daar moeiteloos overheen, maar mijn ezeltje niet. Hij vond de sloot waarschijnlijk te breed en stopte abrupt met twee gestrekte voorbenen en zijn hoofd naar beneden. Daardoor gleed ik van zijn rug, over zijn ezelsoren heen en dook midden in de vieze stinkende moddersloot. Iedereen lag dubbel van het lachen, maar ik niet. Ik voelde me net zo rot als ik er toen uitzag. Ik had echt een modderfiguur geslagen.

Maar toch heeft dat avontuur mijn liefde voor ezels niet bekoeld en dat kan je zien in de verschillende TV avonturen die ik later voor Bassie en Adriaan schreef. In één van de eerste series schreef ik het liedje over de Spaanse ezel Paco. Het liedje namen we op in het Spaanse dorpje Quadalest, vlakbij Benidorm. Ook voor het Bassie en Adriaan magazine verzon ik diverse cartoontjes waarin een ezel een hoofdrol speelde en voor een TV serie die zich in Griekenland afspeelde, schreef ik het ezelliedje “Dimitri.” Maar het idee voor het liedje is veel eerder ontstaan in het Groningse Vlagtwedde. Dat was in 1959. Ik werkte met mijn broer Bas als acrobaat in een klein kermistheatertje en daarmee stonden we op de jaarlijkse kermis van Vlagtwedde. Het theatertje was een vierkant tentje waar zo’n 150 man publiek in kon staan. Het programma bestond uit een goochelaar, een koorddanseres, een trapezewerkster en wij met ons acrobatennummer. De hoofdattractie was “Hansje de onberijdbare ezel.” Hansje was een heel lief ezeltje, maar wilde absoluut niet dat er iemand op zijn rug ging zitten. Als iemand dat toch probeerde gaf Hansje de eigenwijze knaap of jongedame direct vliegles. Soms maakten we wel zes tot tien voorstellingen per avond en ezel Hansje lanceerde elke voorstelling met veel plezier zijn berijders.

In die tijd konden wij ons geen caravan veroorloven en daarom sliepen we in de pakwagen waarin het kermistheatertje werd getransporteerd. Als die uitgeladen was bouwden we er een stapelbed in en met een tafel en een paar stoelen woonden we zeer “comfortabel.” Maar na de laatste kermisdag werd de pakwagen vol gepakt met het kermistheatertje en moesten wij onze matrassen boven op de planken en zeilen leggen. We lagen dan zo hoog dat we met onze neus bijna het dak raakten. Hansje, de onberijdbare ezel, werd dan niet alleen onze collega, maar ook nog onze kamergenoot. De pakwagen werd zo ingeladen dat daar in een ruimte van één meter diep en twee meter breed overbleef voor het ezeltje. Het gebeurde regelmatig dat Hansje midden in de nacht ‘ezeltje strekje’ maakte en dan was de lucht in de pakwagen niet te harden.

Na de laatste voorstelling in Vlagtwedde, werd Hansje achter de pakwagen vastgebonden en begonnen we met het afbouwen van het theatertje. Twee uur later was alles in de wagen geladen en konden we vertrekken. Maar toen we Hansje wilden inladen, merkten we dat hij het touw had doorgebeten en zich in het nachtleven van Vlagwedde had gestort. We gingen hem zoeken en riepen fluisterend, want het was twee uur ’s nachts, onze ‘kamergenoot.’ Hij had dat in de gaten, maar had waarschijnlijk geen zin in de reis in de pakwagen. Iedere keer als we zijn naam riepen, hoorden we getrippel van ezelsvoetjes door de straten van Vlagtwedde. Maar het klik klakgeluid kwam niet naar ons toe. We hoorden duidelijk dat het steeds verder weg ging. We besloten toen Hansje niet meer te roepen. We slopen stil en uiterst voorzichtig door de stille en donkere straten van het uitgestorven Vlagtwedde en zagen geen hand voor ogen. De ogen van Hansje waren veel beter in de nacht. Voordat wij hem zagen, had hij ons al gezien en dan klonk weer het snelle ‘geklik klak’ door de stille straten van Vlagtwedde. Onze ezeljacht heeft tot in de vroege ochtend geduurd. Pas toen het licht werd kregen we Hansje te pakken terwijl hij stond te smikkelen van de prachtige bloemen in een plantsoentje voor het stadhuis. Ondanks dat we compleet versleten waren van de nachtelijke ezeljacht konden we op onze geïmproviseerde slaapplaats, boven op de planken van het theatertje, niet in slaap komen. De oorzaak was niet de harde planken waar we op lagen, maar het harde gebalk van ezel Hansje die achter in de pakwagen stond.

Side nav buttonsLezenKleurenContactDVDAlle liedjesAchtergrondmuziekVragenNieuwtjesHome